• Vestingartillerie

  • Zr.Ms Celebes in gevecht met een Kota Mara (1859)

  • Zr Ms Karel Doorman en Zr Ms Willem vd Zaan

  • Neptunusdiploma

  • Citadel van Antwerpen

  • Lanciers de la Garde Imperiale (Hollanders)

1006046 427947320656939 1304871500 n



Jeugd

Frank Marcus (23 maart 1956) werd geboren in Den Haag. Zijn vader was indertijd werkzaam als hoofdwerktuigbouwkundige bij de Koopvaardij. Beide ouders werden geboren in  Nederlands-Indië, de Marcus, Frank!vader op Sumatra en de moeder op Java. Marcus' grootvader van moeders kant was onder meer actief als reservist van het KNIL, werkzaam bij de bergartillerie. Hij had weg- en waterbouwkunde gestudeerd; tijdens deze opleiding was Soekarno een studiegenoot van hem.

Zijn grootvader van vaderskant was werkzaam in de tinwinning. De ouders van Marcus kwamen na de Tweede Wereldoorlog in 1947 naar Nederland. Zij ontmoetten elkaar in Den Haag, trouwden daar en kregen een zoon en een dochter. Na een aantal jaren op de wilde vaart besloot de vader van Marcus dat het genoeg was geweest en koos voor een baan aan de wal bij de Brinkers Margarinefabrieken. Toen Marcus acht jaar was verhuisde het gezin naar Spijkenisse, waar Marcus senior een raffinaderij voor eetbare olie in het Botlekgebied mocht helpen bouwen.

Opleiding

Marcus volgde het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (A) op het Sint Montfortcollege te Rotterdam en kreeg na zijn eindexamen het aanbod van een vriend van zijn vader om in Florida verder te gaan studeren. Bij deze gelegenheid vroeg de vriend aan Marcus hoe de structuur van de Nederlandse krijgsmacht was. Omdat deze dat ook niet wist, vroeg hij folders aan, waaronder die van "Hoe word ik officier". Omdat een studie in Amerika het budget te boven ging en Marcus aan het twijfeleMarine opleidingskamp Hilversumn sloeg over de richting waarin hij de weg naar zijn toekomst zou inslaan (wellicht Bedrijfseconomie op de Erasmusuniversiteit) nam zijn vader het lot van zijn zoon in handen.

Hij bracht het boekje onder de nadrukkelijke aandacht van Marcus junior en terwijl deze daarover nadacht ontving hij een uitnodiging voor een proefkeuring in Hilversum. Aldaar werd de een na de ander afgekeurd, maar Marcus niet; hij overleefde alle sessies. Uiteindelijk stond hij voor de groene tafel, alwaar de voorzitter van de aannamecommissie, een schout-bij-nacht, hem vroeg waarom hij bij de Marine in dienst wilde treden. Dat wist Marcus nog niet. Hierop vroeg de schout-bij-nacht: wat komt u hier dan doen? Hierop antwoordde Marcus: Maar u hebt mij toch uitgenodigd? Kort hierop ontvingen de ouders van Marcus een brief waarin stond dat Marcus een goede kans had aangenomen te worden als hij zou solliciteren. Wat deze toen deed.

Bij de Koninklijke Marine

Na dit veelbelovende begin meldde Marcus zich in 1974 bij het Koninklijke Instituut voor de Marine te Den Helder, waar hij als Adelborst van Administratie werd ingedeeld. Zijn studie aldaar betrof logistiek, personeelsbeleid en rechtswetenschappen. Daarnaast kreeg hij - er was een tekort aan zeedienstofficieren – ook onderwijs in navigatie, zeemanschap en scheepsbouw. Zijn praktijkperiode bracht hem aan boord van Hr. Ms. Holland. Tot grote spijt van Marcus ging dit schip echter niet de zee op omdat de ketels waren drooggestookt. Dat was letterlijk en figuurlijk een koude douche voor hem. Figuurlijk omdat het schip was verkocht aan Peru en men zeven maandeHr. Ms. Hollandn bezig was om het mankement te verhelpen. Letterlijk omdat de stoomturbines het niet deden en er dus geen warm water was.

Marcus werd hierna voor de duur van twee jaar naar de Erasmusuniversiteit te Rotterdam gestuurd om een vijftal bedrijfseconomische vakken op kandidaatsniveau te gaan volgen.  Na deze periode kwam hij terug in actieve dienst, werd eerst geplaatst op de Marinekazerne Erfprins in Den Helder en vervolgens op Hr. Ms. Tydeman, een oceanograaf. Daarna mocht hij naar het hoofdkwartier van het Korps Mariniers op het Westplein in Rotterdam. Zijn functie aldaar was die van plaatsvervangend intendant bij de staf der Mariniers, waar hij verantwoordelijk was voor allerlei logistieke en financiële zaken en de bezwaarschriften. Hij schreef hier allerlei adviezen en werkte onder meer voor de generaals J.J.A. den Haan en T. Rudolphie.

Diverse functies

Marcus werd in 1985 bij het Ministerie van Defensie geplaatst als Hoofd Sectie Toeslagen & Vergoedingen. Hij hield zich daar bezig met arbeidsvoorwaarden en het stelsel van toelagen en vergoedingen. Het vergaren van die kennis leidde er mede toe dat de KVMO (Koninklijke Vereniging van Marineofficieren) hem vroeg als vrijgestelde vakbondswerk te gaan doen. Zo zat hij ineens aan de werknemerszijde van de onderhandelingstafel als hoofd sectie georganiseerd overleg en had hij onder meer intensief contact met de staatssecretarissen J. van HouwelNWG Buisingen en W. Hoekzema. Uit de aard van zijn bezigheden kreeg Marcus te maken met diverse belangenverenigingen, zoals de VVDM (Vereniging voor Dienstplichtige Militairen), de AVNM (Algemene Vereniging Nederlandse Militairen), de Landelijke Korporaalsvereniging, de NOV (Nederlandse Officieren Vereniging), de VBZ (Vereniging Belangenbehartiging Zeebond) en vele anderen en werd hij ingewijd in de geheimen van vakbondsland.

Een verschil van mening over zijn verdere loopbaan leidde tot zijn ontslag. Men vond dat Marcus te weinig operationele plaatsingen had gehad om de Hogere Krijgskundige Vorming te mogen volgen. Marcus diende ter plaatse zijn ontslag in, hoewel de toenmalige directeur personeel, schout-bij-nacht N.W.G. Buis, hem verzocht deze beslissing nader te overwegen. Maar Marcus volgde deze raad niet, maar diens andere advies, om hem te bellen als hij bereid zou zijn deze "fout" toe te geven, later wel op.

Heb je het eindelijk door?

Marcus was de daarop volgende twee jaar (1990-1992) werkzaam als adviseur bij de Centrale voor Middelbare en Hoger Ambtenaren bij de Overheid, Onderwijs en Bedrijveninstellingen (CMHF). Daar deed hij ervaring op in diverse overheidsfora, zoals de gemeenten (LOGA), de provincie (IPO), de waterschappen (UvW), het burgemeestersoverleg en als adviseur bij bijzondeEde van in Eritreare commissies van diverse ministeries. Ook was hij medeverantwoordelijk voor de CAO-onderhandelingen bij de P.T.T., was hij adviseur van de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak (NVVR) en werkte hij in totaal tachtig uur per week.

Geen wonder dat hij op een gegeven moment taakvermindering vroeg. De CMHF liet het echter op zijn beloop en Marcus besloot zelf te handelen, nadat hij een ongeluk had veroorzaakt omdat hij van vermoeidheid in slaap was gevallen. Op voorspraak van de NVVR begon hij een sollicitatie naar de functie van plaatsvervangend hoofd Arbeidsvoorwaarden bij de Rechterlijke Macht. Zijn vrienden begonnen zich echter zorgen over Marcus te maken en vroegen hem of hij niet beter terug kon keren naar de Marine. Hij belde uiteindelijk naar (inmiddels) vice-admiraal Buis en die zei, toen hij vernam dat hij Marcus aan de telefoon had: "Zo, heb je het eindelijk door?" Dit bevestigde wat Marcus dan ook later zei: "Als mensen bij de Marine iets in je zien, dan is niets ze teveel om je te stimuleren".

Terug naar de Marine

Marcus werd nu, gelijktijdig met onder meer de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht A.G. van Ede, naar een herkeuring gestuurd en in de functie van Hoofd LogistieOef 001B Fregat HrMs Karel Doorman voorop  en HrMs Willem vd Zaan achterop  1991 IMG 23ke Dienst op Hr. Ms. Willem van der Zaan (1992-1993) geplaatst. Later werd hij bij de Directie Personeel van de Koninklijke Marine, afdeling rechtstoestand, geplaatst en diende daar vijf jaar.

Hij bekleedde op die locatie achtereenvolgens de functies van hoofd algemene rechtspositie en hoofd financiële rechtspositie en werd uiteindelijk in de rang van kapitein-luitenant-ter-zee van administratie benoemd tot plaatsvervangend afdelingshoofd. Na deze functies verlangde Marcus echter weer terug naar de praktijk. Na een korte periode als Hoofd Logistieke Dienst werd hij op Hr. Ms. Rotterdam geplaatst.

Met dit Landing Platform Dock  (LPD) maakte hij in de tijd van zeven maanden een aantal reizen, onder meer naar de Poolcirkel, de Noordkaap, Schotland en Macedonië.

Commandant logistiek batajon

Na terugkeer kreeg Marcus het commando over het Logistiek Bataljon van de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM) op de Marinierskazerne in Doorn. Marcus noemde als taak van dit bataljon: "De schaarste aan logistieke ondersteuning verdelen over de operationele eenheden”. Met zijn bataljon reisde hij onder meer naar Albanië (1999) en ging hij op werkbezoek bij Operation Bright Star in Egypte.

Aldaar leverde Marcus en zijn groep logistieke ondersteuning en was hij verantwoordelijk voor de conceptuele inzet op logistiek gebied. Na deze operatie ondersteunde zijn bataljon onder meer trainingen in Schotland en Noorwegen. Deze trainingen dienden om geoefend te zijn als de noordflank zou worden aangevallen.

De missie in Eritrea en Ethiopië


 Zie ook het hoofdstuk in het gedenkboek dat Marcus schreef


In 2000 en 2001 nam Nederland deel aan de missie in Eritrea en Ethiopië, UNMEE (United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea) – de eerste inzet van Nederlandse VN-troepen na Srebrenica. Dat was in de vorm van een Nederlands-Canadees bataljon (NECBAT), met als commandant luitenant-kolonel A.G. van Ede. Marcus werd  benoemd tot commandant van de Logbase in Dekemhare en was in die hoedanigheid verantwoordelijk voor eenMarcus in Eritrea goed verloop van de logistieke ondersteuning van NECBAT.

De samenwerking tussen de diverse partijen verliep goed. Deze missie was gebaseerd op een concept waarbij de diverse defensieonderdelen intensief zouden samenwerken teneinde samen een operationeel verantwoord product te leveren. Tijdens de uitzending lukte het hem als vlootofficier een goede samenwerking te creëren tussen de Mariniers, het vlootpersoneel en de eenheden van de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Luchtmacht, de Koninklijke Marechaussee, de Canadezen en de staf van de Verenigde Naties.

Tot de taken die werden uitgevoerd behoorde onder meer het transport van driehonderd containers, inclusief het ondersteunend materiaal, binnen drie dagen van Massawa naar Dekemhare.  Marcus en zijn manschappen zorgden er onder meer ook voor dat Chinooks werden ingezet om bederfelijke etenswaren naar de eenheden te vervoeren, toen bleek dat transport daarvan over de weg te lang duurde en het eten dreigde te bederven. Er werden verder ook veel werkbezoeken van hoogwaardigheidsbekleders ondersteund, waaronder die van premier W. Kok, secretaris-generaal K. Annan en anderen.

Een anekdote: enkele leden van de eenheid van Marcus knipten tijdens een werkbezoek van kroonprins Willem-Alexander (in weerwil van het strenge protocol, waarbij niet over de vriendin van de Kroonprins mocht worden gesproken) een foto van zijn (toenmalige) vriendin Máxima uit een weekblad en plaatsten deze, netjes in een lijstje, op het nachtkastje van de Prins. Deze kon de geste wel waarderen.

Terug in Nederland

Eenmaal terug in Nederland, december 2001, kwam Marcus "van de zandbak in de papierbak". Hij zou geplaatst worden bij de directie personeel, afdeling officieren maar daar was inmiddels iemand anders benoemd. Schout-bij-nacht L.W.J.E. Brandt, die op werkbezoek kwam in Eritrea, vertelde Marcus dat besloten was hem in de rang van kolonel te benoemen tot hoofd beleidsontwikkeling op het Ministerie. In deze functie (2003-2005) was hij (tijdens de bewindsperiode van staatssecretaris C. van der Knaap) medeverantwoordelijk voor diverse ontwikkelingen op het gebied van personeelsbeleid.

Het was een diverse functie want naast het opleidings- en wervingsbeleid vielen ook het ARBO-, gender- en veteranenbeleid onder zijn jurisdictie. In 2007 werd de afdeling van Marcus echter geïntegreerd in een nieuwe afdeling en was hij gedurende een half jaar hoofd van een tijdelijke afdeling.

Hoofd Opleidingen en directeur Veteraneninstituut

De toenmalige directeur personeel Koninklijke Marine schout-bij-nacht R.T. Visser vroeg Marcus echter om Hoofd Opleidingen van de Marine in Den Helder te worden (2005). In deze functie was hij hoofd van tien bedrijfsscholen (met 900 man personVeteraneninstituutklokjeeel), waarvan er drie gemengd waren met ook Belgische opleidingen. In deze periode werden er diverse reorganisaties en onderwijsvernieuwingen doorgevoerd, zoals herstructureringen van opleidingen, certificering naar burgeropleidingen en de systematiek van erkenning van verworven competenties. Daarnaast werd in het project Loopbaanlint de opleiding Veiligheid en Vakmanschap ingevoerd.

Marcus werd in 2009 aangesteld als directeur van het Veteraneninstituut, waar hij onder meer de interne organisatie en de 350 vrijwilligers aanstuurt. Het Veteraneninstituut voert voor het Ministerie van Defensie het veteranenbeleid uit. Dat gebeurt door voorlichting op velerlei terrein. Daarnaast is er een Kennis- en Onderzoekscentrum,  vindt registratie van veteranen plaats,  wordt  de geestelijke verzorging voor veteranen ondersteund en vormt het Veteraneninstituut de poort naar de Veteranenzorg, 24 uur per dag, zeven dagen per week.

Tenslotte

Wij vroegen Marcus wat de eigenschappen zijn die men leert in de militaire dienst. Hij noemde improviseren, snel besluiten leren nemen, diplomatiek kunnen optreden en doorzetten, ook als anderen het opgegeven. Het werken in een team is daarbij een belangrijk element; alleen door goede samenwerking worden resultaten bereikt. Kameraadschap en het blindelings  op elkaar moeten kunnen vertrouwen zijn daarnaast belangrijke voorwaarden.

Wij denken dat de Veteranen in goede handen zijn bij een man als Marcus, die zelf ook aan een missie heeft deelgenomen en zeer veel kanten van het "militaire bedrijf" heeft gezien. 


  [ Terug

f t